De tenten zijn ingepakt en op de yogamatjes hoeven we vanavond niet meer te liggen. We reizen langzaam het stammengebied uit. Met gemengde gevoelens! We hebben het gevoel al heel lang weg te zijn. We zijn van alle communicatie (over andere facititeiten maar niet gesproken) verstoken gebleven. Het waren loeizware dagen. Lange wandelingen in een ongenaakbare zon, meestal 37 of meer graden Celcius. Eigelijk gekkenwerk! Ik speurde elk pad af naar een dikke boom, om halverwege de weg wat in de schaduw te kunnen staan. Maar de natuur is hier medogenloos. Er waren hele stukken van de weg waar geen streepje schaduw was. De stammen en dorpen waar we terecht kwamen overtroffen onze stoutste verwachtingen, maar ook hier weer gemengde gevoelens: dorpsbewoners die hard weglopen als wij aankomen. Onze gids, een wandelende wikipedia, "kocht" de kinderen om met snoepjes en dan kwamen ze wel langzaam naar buiten zodat we ze konden fotografen. Daarbij voelden we ons wel vaak indringers.
De stammen zijn zowaar nog ongerept, maar we kunnen zien dat Orissa er alles aan doet om het toerisme op te starten. De eerste gevolgen van de westerse invloed zijn al merkbaar: een enkel dorp heeft al een telefoonverbinding of er speelt een cd speler. Er zijn er ook die een mobieltje hebben. Er zijn nog genoeg stammen die heel primitief leven. We kijken onze ogen uit. En dan de nachten: keiharde grond en een flinke temperatuur daling. Op de een of andere manier was mijn slaapzak in het laatste hotel achtergebleven: dus ik sliep minder zacht en had alleen de lakenzak. (Ja, Mar, dat heb ik weer…) Door de lange wandeltochten klopte mijn knie elke nacht als een zwerende vinger. Maar ik klaag niet: ik neem een voorbeeld aan de sterke zusters hier.
Zij lopen met drie waterkannen, gauw zo’n veertig liter, op hun hoofd van de waterput naar het dorp. Ze sjouwen met de kinderen, werken op het land en zorgen voor het eten. De mannen? Die drinken. Ze klimmen in een speciale boom, waar bovenaan kannetjes hangen die het sap van de bast van de boom opvangen. Daar maken ze drank van.
Omdat de oogst binnen is, vieren ze het ene festival na het andere. Heel apart, als je ‘s ze ‘s avonds laat hoort zingen.
In een stadje kwamen we miliairen tegen, waar we mee kennis maakten. Het bleken leden van de Border Security Force te zijn. Ze waren vanuit het grensgebied van Pakistan naar dit gebied gebracht om de Maoisten in de gaten te houden.
De dag ervoor had ik al schoten gehoord toen we een dorp bezochten en kinderen tegen elkaar riepen: "soldiers"! Vandaag hoorden we dat een paar dagen geleden 11 politieagenten door de Maoisten zijn gedood. Onze gids was ook een tikkeltje nerveus en vroeg in de dorpen uitgebreide informatie. Volgens hem waren de Maoisten nooit echt in onze buurt, maar "far away, 23 kilometer, more or less". Maar als ze hier met "more or less" aankomen, krijg ik de kriebels. Nog 3 kilometer lopen, more or less, is haast 6 kilometer. En geen slangen hier, maar daar; more or less (wijzend naar de overkant) geven me ook de kriebels. Uiteindelijk zitten we hier in een van de slangenrijkste gebieden (cobra’s!).
Gisterenavond, de laatste avond in het kamp, heeft de gids verteld over zijn paranormale ervaringen. Rob stelde wat vragen aan hem, o.a. over reincarnatie en toen kwam hij daarmee. Het werd een heel herkenbaar verhaal, omdat het een universele ervaring is. We kwamen tot de conclusie dat mensen altijd contact hebben kunnen maken met voorvaderen, in de toekomst kunnen schouwen en contact willen maken met hun spirituele natuur. Alhoewel ik bij de primitieve stammen geen spirituele uitingen heb kunnen waarnemen. Ze zijn schrikachtig, wantrouwend en heel erg bijgelovig.
Uiteindelijk heb ik wel het gevoel alle 64 stammen te hebben gezien, dus ik ben er niet echt rouwig om dat we – na nog twee lange reisdagen – bij de kust aankomen. Eerst nog genieten van een bed met een kussen, van een wc en een douche. We eten vanavond in het hotel. Ik probeer wat anders te bestellen van de curry’s die we hebben gekregen de laatste weken (2x per dag warm eten; rijst, patat en curry’s) .
Morgen dus weer een lange busdag (uur of 8). Ik probeer zo om weer wat foto’s op te loaden. Hopen dat het nu lukt.
Liefs,
Annet.
PS: ik probeer net zo mijn hoofd te schudden als de Indiers hier doen. Het is een rare beweging: geen ja en geen nee. Lijkt me handig voor als ik weer thuis ben. Hou ik mooi alles in het midden
))
Ik heb deze reis veel contacten met Indiers gemaakt en dat was erg leuk. Met foto’s, beelden die ik met de camera had geschoten maar ook met handen en voeten en soms een heel klein beetje Engels kreeg ik het voor elkaar om zaken uit te wisselen. Mensen willen graag contact, dat zie je in hun ogen. Soms moet de schroom worden overwonnen. Dan zet ik mijn "tropenpet" af, zien ze dat kale hoofd en dan ben ik kennelijk niet meer zo bedreigend!
Vanmiddag ging de groep naar een dorpje. Ik bleef in de schaduw wachten. Er stond meteen een jonge Indier voor mij die me vroeg waar ik vandaan kwam. Hij sprak heel aardig Engels en hij bleek een soort beleidsambtenaaar te zijn die in het dorpje kwam praten over irrigatieprojecten en wegenprojecten. We hebben van alles uitgewisseld en het was een prachtig moment.
De groep is voor mij een mooi oefengebied gebleken. Ik heb, door al die karakters van de verschillende groepsleden en hun reiservarigen, veel van de afgelopen tijd in mijn leven kunnen evalueren en dat heeft tot goede en soms nieuwe inzichten over mijzelf geleid. En dat was ook een van mijn doelen van deze reis. Bijvoorbeeld dat ik geen echte reiziger ben, maar wel nieuwsgierig naar vreemde culturen. Dat blijkt een wezenlijk verschil te zijn, vind ik.